Jeanne Meijs
Liefde en seksualiteit
In haar eerdere boeken heeft de schrijfster al laten zien een diepgaand inzicht te hebben in de psyche van jongeren. Ze werkt al meer dan 20 jaar als therapeute in jeugd- en opvoedingszaken. In dit boek weeft ze haar inzichten om het sprookje Eros en Fabel van Novalis, en neemt als ingangen de antroposofische inzichten over het wezen van metalen en planeten mee in haar analyse, wat tot verassende inzichten en samenhangen leidt ten aanzien van de rol van en het spreken over seksualiteit in de opvoeding.
Uit: Symbolon januari 2007
Liefde en seksualiteit
Het nieuwste boek van Jeanne Meijs bestaat uit twee delen: een eerste deel over planeetkwaliteiten in relatie tot seksualiteit en tot het sprookje 'Eros en Fabel' van Novalis en een tweede deel over seksuele opvoeding in de praktijk. Met de planeetkwaliteiten worden zeven kijkrichtingen uitgewerkt van waaruit je naar het menselijke zielenleven kunt kijken, in dit geval dan met name naar het gebied van de seksualiteit. Evenals het tweede deel in het boek is dit eerste deel in velerlei opzichten zeer herkenbaar en praktisch bruikbaar.
De werkelijke waarde van dit boek is mijns inziens echter gelegen in de wijze waarop de auteur vanuit diezelfde planeetkwaliteiten het sprookje Eros en Fabel onthult en inzichtelijk maakt. Het werk van Novalis (1775-1801) is niet altijd zo eenvoudig toegankelijk. Wie 'Eros en Fabel' voor de eerste keer leest zal wellicht vertwijfeld op zoek gaan naar kop of staart. Jeanne Meijs relateert de zeven planeetkwaliteiten – vanuit het brede spectrum aan onderwerpen op het gebied van seksualiteit – aan de zeven hoofdfiguren uit het sprookje: de drie vrouwen (de moeder, Ginnistan, Sophie), de drie mannen (de vader, Eros, de schrijver) en het kind Fabel. In echte sprookjes zijn de hoofdpersonen en de gebeurtenissen beelden voor kwaliteiten en processen in de ziel van de mens. In de wijze waarop aspecten van de seksualiteit verbonden worden met dit apocalyptische sprookje, wordt de betekenis van de seksualiteit in de ontwikkeling van de mens – individueel, maar ook als mensheid hier op aarde – in volle omvang zichtbaar: een worstelende zoektocht, vol gevaren, naar werkelijke liefde zoals de leraar van de mensenliefde ons die leert, Christus in ons. In het ontroerende slotbeeld van het sprookje, waarin de kleine Fabel – het eeuwige kind in ons, onze toekomst – vanuit haar borst een onverbrekelijke gouden draad gaat spinnen, lijkt het dan ook te gaan om hetzelfde goud als dat waaruit die stad van liefde bestaat, die aan het einde van de Openbaring van Johannes neerdaalt. Het sprookje zet de soms zo dolende ploetertocht van de mens door dat land vol billboards, misbruik, jaloezie en verslaving in een context van de grote zoektocht van de mensheid naar de echte mensenliefde.
Na het uitkomen van haar boek in de herfst van 2006 is Jeanne Meijs door heel Nederland lezingen gaan geven over onderwerpen gerelateerd aan het boek. Er wordt gewerkt aan een cursus voor leraren om het vak Relatiekunde te integreren in het middelbare school onderwijs. Wim Veltman (oud bovenbouw leraar aan de vrijeschool in Den Haag) bewerkte 'Eros en Fabel' tot toneelstuk voor middelbare schoolklassen en Jeanne schreef zelf een bewerking van het sprookje voor kinderen in de basisschool leeftijd, wat in de herfst uitkomt bij uitgeverij Christofoor. Al met al veel beweging op een gebied waar de samenleving van vandaag geheel mee doordrenkt is en dat velen van ons ten diepste na aan het hart gaat.
Uit: In beweging: kwartaalblad van de Christengemeenschap, Pinksteren 2007 Onthulling van een sprookje. Door: Marianne de Nooij
Liefde en seksualiteit
Vrijeschoolouder Wendela Lensvelt (45), moeder van twee dochters en een zoon (9, 11 en 13), vindt het boek van Meijs een schot in de roos: “Seksualiteit is een onderwerp waar ik niet dagelijks over denk of spreek. Als ik er al over sprak, beperkte ik me tot het ‘technische’ verhaal: hoe werkt het, wat gebeurt er, wat doe je wanneer wel, wat doe je niet. Behoorlijk technisch en normatief. Nu, na oppervlakkig lezen van dit boek, realiseer ik me dat ik nog veel meer kan vertellen. Sterker, dat ik als opvoeder ze veel meer moet vertellen. Dankzij de inzichten van Meijs krijg ik ideeën, woorden en beelden aangereikt waarmee ik met mijn kinderen dit gebied kan gaan betreden.
Ik ben in het tweede deel begonnen: seksuele voorlichting in de praktijk. Hier geen technische informatie over de bloemetjes en de bijtjes. Wel verhalen en beelden voor kinderen van verschillende leeftijden. Een vondst vind ik bijvoorbeeld het beeld voor de baarmoeder: een huisje dat in ieder meisje ‘gebouwd’ is en meegroeit met het kind. Een huisje waar opnieuw een kind in kan gaan wonen. Dat huisje moet maandelijks opgeruimd worden om een zaadcel in te kunnen ontvangen. Komt die niet dan wordt het schoongemaakt. Daarvoor heeft het lichaam geen water maar bloed. Fantastisch beeld. Zo duidelijk, zo herkenbaar voor ieder kind. Op enig moment passeerde in een gesprekje het onderwerp menstruatie de revue. In meisjesbladen als de Tina wordt dit door veel meisjes beschreven als eng, vies, bloederig, pijnlijk en lastig. Toen ik mijn dochters het beeld gaf van het huisje en er een verhaal bij vertelde, was het Tina-verhaal niet minder waar, maar kwam er ruimte voor hun eigen beleving.
Het eerste deel van het boek, over planeten en metalen, geeft mij inzicht in de diepere lagen van relaties tussen mensen. Meijs onderbouwt veel van de normen en waarden die ik als puber heb meegekregen over liefde en seksualiteit.
Als opvoeder wil ik sommige daarvan best weer doorgeven aan onze kinderen. Maar niet meer in de vorm van een ‘do’ of ‘do not’ maar onderbouwd met argumenten. Ik kan nu tegen mijn kinderen zeggen: zoek vooral, veel en met wie je wilt of doe het niet maar realiseer je dat je je na een echte zoen anders voelt dat daarvoor. Er is iemand in jou gekomen. Diegene gaat door al jouw ‘lagen’ heen; die komt aan jouw binnenkant. Daarmee geef je iemand iets wezenlijks van jezelf en ontvangt die ander ook iets van jou. Dus als je dat niet wilt, dan moet je nog even wachten tot de ware voorbij komt.”
Door: Wendela Lensvelt
Liefde en seksualiteit
Voor Vismaya Bakker (45), moeder van vier dochters en een zoon tussen de 13 en 20 jaar, en leerkracht, is het boek Liefde en seksualiteit van grote waarde: “Ik ben bijna twintig jaar met antroposofie bezig en heb al die tijd in antroposofische kringen gewerkt – eerst in de heilpedagogie en nu op de vrijeschool – en dit is voor mij voor het eerst dat iemand seksualiteit een mooie plek geeft binnen de antroposofie. Seksualiteit is zo lang een onbespreekbaar onderwerp geweest. Vaak heb ik in het instituut waar ik woonde en werkte, moeten horen dat het een soort draak is, die je moet temmen, of dat het allemaal astraliteit is… Die eenzijdigheid heeft voor mij nooit geklopt; seksualiteit is een bron van levensvreugde en creativiteit.
Het boek van Jeanne Meijs is werkelijk van een indrukwekkende schoonheid en vormt een wezenlijk tegenwicht tegen de lelijke, lege seksualiteit waarvan onze maatschappij doordrongen is. Meijs doet een appèl aan ouders, aan leerkrachten, om kinderen de schoonheid van de seksualiteit te laten zien. ‘Jongeren die zo ‘lichtend’ zijn ‘voor’-gegaan, schrijft ze, ‘kunnen hun weg vinden in het labyrint van menselijke relaties en seksualiteit. Zij hebben de draad van Ariadne meegekregen, die hen kan behoeden voor verdwaling en aantasting van hun menselijke capaciteit tot liefhebben.’ Ik vind het een terecht appèl. Ouders praten vaak wel met hun kinderen over emotionele problemen in relaties, maar weinig over seksualiteit. Zelf ben ik ook soms bang dat ik me opdring als ik aan mijn kinderen iets in die richting vraag. Tegelijk besef ik hoezeer ze ook bij seksuele vraagstukken begeleiding kunnen gebruiken. Liefde en seksualiteit is een boek vol met onderricht. Het biedt volop materiaal waarmee ouders zichzelf kunnen ontwikkelen en van daaruit hun kinderen kunnen begeleiden. Met de bagage die Meijs geeft, heb ik meer woorden gekregen.”
Door: Vismaya Bakker
Liefde en seksualiteit
Voor Jeroen van Dam (26), leerkracht op de vrijeschool, is het tweede deel van het boek van Meijs – getiteld: Seksuele voorlichting in de praktijk – het meest interessant, omdat het ‘meteen bruikbaar’ is: “De beeldrijke verhalen die Meijs hier geeft, vind ik prachtig. Het is voor mij heel herkenbaar dat je voorlichting kunt geven met verhalen en beelden, want dat doe ik in sociale gesprekjes met mijn klas ook. Dat is heel wat anders dan voorlichting geven in ‘kleine grote-mensen-taal’. Want dat is het vaak; volwassenen vertellen hun eigen verhaal over seksualiteit en dan op een kinderlijke manier, maar zonder echt rekening te houden met het feit dat kinderen een totaal andere beleving hebben.
Naast het meer ‘praktische’ deel over seksuele opvoeding is het boek van Meijs een mooi, vanuit een antroposofische invalshoek geschreven studieboek over liefde en relaties. Wat ik uiteindelijk jammer vind, is dat Meijs nergens echt concreet wordt. Ik had eigenlijk gehoopt dat ze bijvoorbeeld ook adviezen zou geven over hoe je als ouder of leerkracht antwoord kunt geven op een aantal veelgestelde vragen door kinderen. Ook mis ik de ‘technische’ informatie. Wellicht is dat mijn mannelijke inslag, maar ik had dus graag meer concrete adviezen gekregen.”
Door: Jeroen van Dam
deze website is voor het laatst bijgewerkt op 24 mei 2013